Vereniging van West-Vlaamse Schrijvers
Vereniging van West-Vlaamse
Schrijvers vzw
Fort Zevenbergen 8
B 8200 Sint-Andries-Brugge
+32 473 573031
janbonneure@skynet.be
IBAN BE85 0015 1408 3306
BIC GEBABEBB


In november verschijnt de derde editie van het VWS-jaarboek. In 'JAARWERK MMXVII' wordt in diverse en gevarieerde bijdragen teruggeblikt op het literaire gebeuren in West-Vlaanderen. Er is ruime aandacht voor auteur Luuk Gruwez, die de VWS-prijs 2017 mag ontvangen als erkenning van zijn oeuvre. De voorstelling van het boek en de prijsuitreiking vinden plaats op zondag 19 november 2017 in CC GHYBE, Sint-Annastraat 13, Poperinge. Uitnodiging volgt nog. Meer info op het secretariaat.

In de tombe van de toekomst


In memoriam Fernand Bonneure (Brugge, 1923 - Brugge, 2017)

Fernand leek heel erg op de Duitse auteur Gottfried Benn. Wie de foto’s van beide heren - en dat waren ze beiden - naast elkaar legt ziet de fysieke gelijkenis. Door de toch nog onverwachte dood van Fernand Bonneure – hij leek wel alomtegenwoordig en onsterfelijk- verliest de stad Brugge één van haar oudste en meest discrete en dichterlijke zonen. Ook het dubbelleven van Benn (arts en dichter) en het dubbelleven van Bonneure (uitgever en dichter) vormt een merkwaardige parallel en voor de foto verwijs ik naar de foto op het omslag van het boek Dubbelleven (1).
In 1981 rondde Bonneure zijn belangrijkste dichtbundel (B)ruggewaarts af die uit twee delen bestaat : ‘Alhier geboren’ en ‘De staat van de kwartieren’ en eigenlijk werd deze dichtbundel (zijn beste) nooit echt uitgegeven; maar is deze enkel als een bibliofiele uitgave bij Renaat Bosschaerts verschenen. Deze imposante bundel werd voorafgegaan door een bezwerende litanie ‘Ik roep u aan, Brugge’ waarvan ik hier de derde en de vierde strofe citeer omdat ik dit hele gedicht met deze opmerkelijke opsommingen zo goed vind:

Relikwie van heilig bloed
Dronkenschap van feesten
Sikkel van Jeruzalem
Begijnhof van begeerte
Bordeel van jacobijnen
Calvarieberg van kronen
Krypte van Egidius
Noodklok van triomfen
Legende van de dood
Warande van primitieven
Kantwerk van torens
Nederland van puntgevels
Zwaan van penitentie
Seminarie van beiaardiers
Rozenhoed van reien
Medicijn van verliefden
Tornooi van vertroosting
Manuscript van moed
Vesting van het westen
Tombe van de toekomst.

In 1999 gaf het Brugse literair kwartaalschrift Kruispunt de verzamelde gedichten van Bonneure uit in een sobere maar verzorgde boekuitgave onder de titel Als vissen bij invallend licht en Willy Spillebeen schreef hiervoor de inleiding ‘Op goede voet met leven en poëzie’. Want laten we het niet vergeten: Bonneure leek inderdaad altijd op goede voet te leven en hij stond tijdens zijn lang en vruchtbaar leven op goede voet met plastische kunstenaars als Benoît van Innis, Rik Slabbinck, Luc Peire, Michel Seuphor, Gibert Swimberghe, Roger Bonduel, Hubert Minnebo, Rik Vermeersch, Renaat Bosschaert en Renaat Ramon. Deze laatste stelde ook het VWS-Cahier samen dat gewijd was aan Fernand Bonneure. Het machtigste en mooiste boek dat Fernand maakte is wellicht de bloemlezing over zijn eigen stad met als eenvoudige titel Brugge beschreven (Brussel: Elsevier, 1984) dat in zes talen en zeer goed gedocumenteerd en geïllustreerd alle literair-historische aspecten van deze stad liet zien. De erudiete Bonneure schreef ook voor periodieken als Biekorf, West-Vlaanderen, Brugge die Scone, het kunsttijdschrift Vlaanderen, het dagblad De Standaard, de VWS-Cahiers van de vereniging waar hij lang de voorzitter van was, Ons Erfdeel en Septentrion. En het zal moeilijk of gewoon onmogelijk zijn om deze letterkundige (in de echte ouderwetse zin van het woord) te vervangen of op te volgen. Nooit vergeet ik hoe hij ooit tijdens een woelige vergadering van een vereniging te midden van een felle discussie die bijna ontaardde plots de Latijnse woorden amicitia et tolerantia uitriep, want de Bourgondiër Fernand Bonneure schreef met een zacht potlood en was ook prinselijk en vanouds lid van de Orde van den Prince. De stad Brugge zou in de toekomst ten minste voor een mooie tombe mogen zorgen voor deze eminente essayist en alerte auteur die nu helaas toch nog overleden is. Misschien aan de namenloze Minneplas ver van de ratten van Remigius dicht bij de zwanen in de zwanenstad.

Hendrik Carette

_________________________________________________________________
(1) Amsterdam: De Arbeiderspers, in de reeks privé-domein, 1986.
(2) nr. 101 dd. 1983.

NIEUWSBRIEF

Nieuwsbrief, Oktober 2017